Inloggen endon.nl
Welkom

You need to upgrade your Flash Player

To view this page you need to have Flash Player 9, and JavaScript turned on. Please upgrade you player - it is free, and takes only a few moments. If you belive you do have Flash Player 9 installed, you may bypass the detection if you wish.

Nieuws

25 januari 2012

Land- en tuinbouwsector levert bijna helft van duurzame energie

De Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven leveren 44% (38,5 PJ) van de hernieuwbare energie in Nederland. Daarbij wordt dan wel de levering van biomassa aan andere sectoren meegeteld, evenals alle windturbines die op landbouwgrond staan, ook als die (deels) in bezit zijn van niet-agrarische bedrijven. Een en ander blijkt uit de Energie- en klimaatmonitor Agrosectoren 2011 van Agentschap NL en het Landbouweconomisch Instituut van Wageningen UR (Lei-Wur).

In 2008 hebben de Nederlandse overheid en de verschillende agrarische sectoren het Agroconvenant gesloten, waarin per sector doelstellingen op het gebied van duurzame energie, energie-efficiëntie en CO2-emissie zijn vastgelegd. In de monitor wordt de huidige stand van zaken op die gebieden in kaart gebracht. De hoofddoelen uit het Agroconvenant zijn de productie van 200 PJ aan energie uit biomassa en 12 PJ uit windenergie in 2020. In 2009 stond dit op respectievelijk 27,8 en 10,1 PJ.


Het leeuwendeel van de in de Agrosectoren opgewekte duurzame energie komt van een stuk of 100 vergistingsinstallaties en ongeveer 1.350 windmolens. De zelf opgewekte energie komt daarmee op 14,2 PJ, ofwel 16% van de 88 PJ die in 2009 aan hernieuwbare energie werd opgewekt. De glastuinbouwsector is hierbij buiten beschouwing gelaten. De gegevens die over deze sector beschikbaar zijn, gaan uit van een andere definitie van hernieuwbare energie, waar bijvoorbeeld ook de inkoop van groene stroom wordt meegeteld, en dat zou leiden tot dubbeltellingen. Voor de glastuinbouw wordt bovendien al een aparte jaarlijkse energiemonitor gemaakt door Lei.

Alleen als ook de biomassa die door de agrosectoren wordt geleverd meetelt, komt het percentage dus op 44%. Het CBS rekent die hernieuwbare energie toe aan de sector waar de stroom of warmte daadwerkelijk wordt opgewekt, maar in het Agroconvenant (dus ook in de nu gepubliceerde monitor) wordt deze meegeteld in de totale bijdrage van de agrosectoren aan de hernieuwbare energie in Nederland.

Voor windenergie in de landbouwsector hanteert het Agroconvenant bovendien als definitie: windturbines die op landbouwgrond staan, ongeacht of die daadwerkelijk in bezit zijn van boerenbedrijven. Hiervoor is gekozen, omdat windprojecten vaak worden ondergebracht bij aparte ondernemingen, die door het CBS dan als energiebedrijven worden gezien. Daardoor zou het haast niet meer mogelijk zijn onderscheid te maken tussen windparken in bezit van 'echte' energiebedrijven, windparken van (groepen) agrariërs en windparken die deels van agrariërs en deels van energiebedrijven zijn. Volgens het rapport staat 70% (10 PJ) van alle windenergie op land op landbouwgrond, terwijl slechts 20% (3,7 PJ) in bezit is van één enkel landbouwbedrijf.

De uitstoot van broeikasgassen in de landbouw is ten opzichte van 1990 met bijna 17% gedaald, van 30 Mton CO2-equivalenten naar 25 Mton in 2009, zo blijkt verder uit het rapport. Het grootste deel van die uitstoot is overigens geen CO2: de land- en tuinbouw zijn goed voor slechts 4% van de landelijke CO2-uitstoot, maar wel voor 66% van de overige broeikasgasemissies in Nederland. Daarbij gaat het vooral om methaan (CH4) en distikstofmonoxide (N2O, beter bekend als lachgas).

Bron:  Energeia
(Categorie: Tuinbouw nieuws)